Waardebotsingen in het onderwijs

burgerschap diversiteit moeilijke onderwerpen in de klas onderwijs waardebotsingen

Bijeenkomst - Diversion - Waardebotsingen in het onderwijs

Afgelopen week waren wij te vinden in de Balie. In samenwerking met Diversion en de gemeente Amsterdam werd er een bijeenkomst georganiseerd over waardebotsingen in het onderwijs.

Hoogleraar Geer ten Dam opende de bijeenkomst. Ze ging in op de resultaten van de International Civic en Citizenship Education Study en stelde de vraag;  Wat willen we in Nederland met Burgerschap?Ze gaf aan in haar betoog dat wettelijk verankerd is dat scholen iets met burgerschap moeten doen. Echter pleit zij voor duidelijke richtlijnen. Nu is het iets nog te vaag. Het gaat er namelijk niet om bij burgerschap dat men de Nederlandse waarden moet kennen en uitdragen.

Geert ten Dam stelt zich dan ook kritisch op tegenover de plannen van de overheid mbt een bezoek aan het Rijksmuseum en het zingen van het volkslied. Burgerschap gaat over de vraag hoe wij willen samenleven. Het dient inhoud te geven aan democratisch samenleven en het respecteren van de democratische rechtstaat. Scholen behouden daarbij eigen ruimte voor accenten.

In het tweede deel van de bijeenkomst werden twee stellingen voorgelegd aan de zaal. De eerste stelling luidde als volgt; Elke docent heeft de verantwoordelijkheid om democratische waarden actief uit te dragen in de klas, ook als het geen onderdeel is van de lesstof. Wat naar voren kwam was dat het niet in elke setting kan.

Er werd als voorbeeld gegeven dat een wiskunde docent het lastig kan vinden om te reageren op meningen uit de klas. Hoe zorg je dan voor een goed gesprek? Er bestaat dus verlegenheid om onderwerpen bespreekbaar te maken. Hier zou volgens de zaal meer aandacht voor moeten zijn in lerarenopleidingen. Het gaat dan niet zo zeer om thema’s inhoudelijk maar over de technieken om het gesprek te voeren en in goede banen te leiden.

De tweede stelling; Je moet als docent in de klas altijd je mening over seksuele diversiteit kunnen geven. Op deze stelling werd wisselend gereageerd. Zo werd er aangegeven dat je mening als docent er niet echt toe doet, het gaat er meer om hoe je deze onderbouwd. Een ander gaf aan dat je wel een mening moet kunnen geven maar het moet altijd duidelijk zijn dat het om jouw mening gaat. Dit is natuurlijk ook lastig wanneer kinderen dat onderscheid nog niet goed kunnen maken. Het lukt niet om alles heel neutraal te benaderen, zelf ben je als persoon altijd gekleurd en onbewust draag je dit uit. Er werd ook aangegeven dat je beter je mening kan uitstellen. Eerst de kinderen aan het woord laten. Wanneer de docent al een mening heeft gegeven kan het lastig zijn voor kinderen om nog vrij te reageren.

Vervolgens was er ruimte voor twee casussen uit de praktijk. Beiden werden door verschillende panels besproken ondersteund door het publiek. Wat ons opviel was dat de zaal het er over eens leek dat het bespreken van moeilijke onderwerpen in de klas één van de kerntaken is van de docent. Toch werd er tegelijk aangegeven dat docenten hier onvoldoende op voorbereid zijn. Er bestaat verlegenheid bepaalde thema’s te bespreken in de klas.

Er is een tekort aan middelen om actuele onderwerpen goed voor te bereiden en er is een gebrek aan lesmateriaal.

Het was een motiverende bijeenkomst om juist met deze zaken aan de slag te gaan. Het veilige pedagogische klimaat creëren om vervolgens moeilijke onderwerpen in een klas vol meningen bespreekbaar te maken zien wij als één van onze missies. De kwaliteiten hiervoor hebben docenten al, nu nog de tools vinden die daar bij passen.



Oudere berichten Nieuwe berichten


Plaats een bericht

Houd er rekening mee dat berichten worden gelezen alvorens geplaatst